Gratis verzending in Nederland vanaf € 150,-
Meer dan 100 jaar ervaring!
100% Nederlandse producten
Voldoet aan de veiligheidsnormen!
Van advies tot maatwerk

Kooiladder wetgeving, Bouwbesluit en keuren helder uitgelegd

  • Moet een bestaande kooiladder worden vervangen?
  • Geldt het Bouwbesluit of de Arbowet?
  • Is een kooiladder keuren verplicht en hoe vaak moet dat gebeuren?

Dit zijn vragen die in de praktijk regelmatig terugkomen bij facility managers, veiligheidskundigen en technisch verantwoordelijken. Vooral na een inspectie ontstaat discussie. De ladder hangt er al jaren. Tijdens een keuring blijkt dat deze niet voldoet aan de huidige norm. Dan volgt de twijfel:

  • Is dit wettelijk verplicht?
  • Of is het een advies?
  • Kunnen we dit oplossen met een vermelding in de RI&E?

De verwarring ontstaat meestal doordat bouwrecht, normering en arbeidsrecht door elkaar worden gehaald. Hieronder zetten we het juridisch en technisch kader helder uiteen.

Kooiladder wetgeving: drie kaders die je uit elkaar moet houden

Wanneer men spreekt over “kooiladder wetgeving”, worden meestal drie verschillende kaders bedoeld:

  1. Het Bouwbesluit of het Besluit bouwwerken leefomgeving
  2. NEN-EN-ISO 14122-4
  3. De Arbowet en het Arbobesluit

Deze kaders hebben ieder een eigen functie.

Kooiladder en Bouwbesluit: wat geldt voor bestaande gebouwen?

Voor bestaande gebouwen geldt het principe van rechtens verkregen niveau. Dat betekent dat een bouwwerk mag blijven voldoen aan de regelgeving die gold op het moment van realisatie, zolang er geen ingrijpende verbouwing of functiewijziging plaatsvindt.

Een kooiladder uit 1992 hoeft dus niet automatisch te voldoen aan de nieuwste ontwerpnorm. Bouwrechtelijk kan een ladder dus toegestaan zijn. Maar dat zegt niets over veilig gebruik als arbeidsmiddel. Dat onderscheid is cruciaal.

Geldt NEN-EN-ISO 14122-4 voor bestaande kooiladders?

NEN-EN-ISO 14122-4 beschrijft hoe vaste ladders veilig moeten worden ontworpen en uitgevoerd. Denk aan:

  • Minimale maatvoering van sporten
  • Eisen aan de kooi
  • Klimhoogtes
  • Overstapvoorzieningen

Deze norm is een ontwerpnorm en geldt bij nieuwbouw of nieuwe aanleg. Een norm is geen wet. Toch krijgt zij juridische betekenis via het begrip “stand van de techniek” binnen de Arbowet. Bij beoordeling van veiligheid wordt deze norm vaak als referentiekader gebruikt.

Dat betekent: De norm werkt niet automatisch met terugwerkende kracht. Maar zij bepaalt wel wat vandaag als technisch veilig wordt gezien.

Valt een kooiladder onder het Bouwbesluit of de Arbowet?

Zodra een kooiladder wordt gebruikt door werknemers of onder verantwoordelijkheid van een werkgever, wordt het een arbeidsmiddel. Dan is de Arbowet bepalend.

Het Arbobesluit stelt dat arbeidsmiddelen deugdelijk moeten zijn en veilig moeten kunnen worden gebruikt. Hier verschuift de discussie. De vraag is niet meer of de ladder bouwkundig mag blijven hangen. De vraag wordt: Is dit aantoonbaar een veilig arbeidsmiddel volgens huidige inzichten?

Voor facility managers en veiligheidskundigen is dit het moment waarop verantwoordelijkheid verschuift van gebouw naar gebruik.

Wanneer is een kooiladder vervangen verplicht?

Er bestaat geen algemene wettelijke bepaling die zegt dat iedere bestaande kooiladder vervangen moet worden zodra een nieuwe norm verschijnt.

Maar er ontstaat wél een verplichting wanneer bij inspectie blijkt dat minimale veiligheidsvoorschriften niet worden gehaald. Bijvoorbeeld wanneer:

  • De kooi constructief tekortschiet
  • Sporten niet voldoen aan minimale maatvoering
  • De ladder onvoldoende grip of stabiliteit biedt
  • Er een reëel valrisico aanwezig is

In die situatie is geen sprake meer van een normdiscussie. Dan is het arbeidsmiddel niet aantoonbaar veilig. En dan schrijft de Arbowet voor dat passende technische maatregelen moeten worden genomen. Die verplichting volgt uit de zorgplicht, niet uit het jaartal van de norm.

Waarom alleen opnemen in de RI&E vaak niet voldoende is

In de praktijk wordt regelmatig voorgesteld om het risico op te nemen in de RI&E en gebruikers te instrueren. Dat lijkt een praktische oplossing. Maar binnen de arbeidshygiënische strategie geldt een vaste volgorde:

  1. Bronmaatregelen
  2. Technische maatregelen
  3. Organisatorische maatregelen
  4. Instructie en persoonlijke beschermingsmiddelen

Instructie is de laatste stap, niet de primaire oplossing.

Waarom? Omdat instructie afhankelijk is van menselijk gedrag. Medewerkers wisselen, routines veranderen, toezicht verslapt in de tijd. Bij een incident wordt altijd gekeken of een technische oplossing mogelijk was. Als een ladder technisch niet voldoet en vervanging redelijkerwijs mogelijk is, dan is uitsluitend instrueren juridisch kwetsbaar. Een organisatorische maatregel kan een technisch tekort niet structureel compenseren.

Kooiladder keuren: is dat verplicht en hoe vaak?

De wet schrijft geen vaste jaarlijkse keuringsplicht voor vaste kooiladders voor. Wat de Arbowet wél verplicht, is dat arbeidsmiddelen periodiek worden beoordeeld op veiligheid. De frequentie moet risico gestuurd worden bepaald. Bij het vaststellen van de inspectiefrequentie wordt gekeken naar factoren zoals:

  • Hoe vaak de ladder wordt gebruikt
  • De deskundigheid van de gebruikers
  • De omgeving waarin de ladder zich bevindt
  • De kans op beschadiging

Hoe hoger het risico, hoe korter het inspectie-interval.

Waarom komt het in de praktijk vaak uit op jaarlijks keuren?

Wanneer bovenstaande factoren objectief worden ingevuld, zien wij dat veel praktijksituaties uitkomen op een inspectiefrequentie van ongeveer één jaar. Dat is geen willekeurige keuze. Kooiladders worden meestal:

  • Regelmatig gebruikt
  • Geplaatst in technische of industriële omgevingen
  • Blootgesteld aan mechanische belasting of weersinvloeden

Daarnaast willen organisaties aantoonbaar voldoen aan hun zorgplicht. Een jaarlijkse inspectie blijkt dan in veel gevallen een proportioneel en verdedigbaar interval binnen het risicokader. Wanneer bij inspecties blijkt dat defecten structureel voorkomen, moet de frequentie worden verhoogd. Dat volgt rechtstreeks uit het principe van risicobeheersing. Een keuring is dus geen administratieve verplichting, maar een instrument om veiligheid aantoonbaar te borgen.

3 Praktijkvoorbeelden: aanpassen of vervangen?

In inspecties komen grofweg drie situaties voor.

1. De ladder voldoet

Periodieke inspectie volstaat.

2. Afwijking zonder direct veiligheidsrisico

Hier kan handhaving mogelijk zijn, mits goed onderbouwd in de RI&E en geborgd via inspectie.

3. Minimale veiligheid wordt niet gehaald

Bijvoorbeeld wanneer de kooi onvoldoende bescherming biedt of sporten niet voldoen aan minimale maatvoering.

In deze derde situatie blijkt in de praktijk vaak dat aanpassen:

  • Constructief ingrijpend is
  • Kostbaar is
  • Tijdrovend is
  • En leidt tot een suboptimaal eindresultaat

Vervangen is dan vaak sneller, technisch beter en uiteindelijk kostenefficiënter. Belangrijker nog, vervanging levert een juridisch robuuste oplossing op. Er is geen discussie meer over interpretatie of restrisico. Voor organisaties betekent dit duidelijkheid richting inspectie, verzekeraar en interne besluitvorming.

De kernvraag bij kooiladder wetgeving

De discussie moet niet draaien om het jaartal van de norm of om een enkele verwijzing naar het Bouwbesluit. De kernvraag is:

Is deze kooiladder aantoonbaar veilig in gebruik volgens huidige inzichten en voldoet zij aan minimale veiligheidsvoorschriften?

Als het antwoord daarop twijfelachtig is, dan moet een organisatie kunnen onderbouwen waarom niet is ingegrepen. Dat vraagt om een inhoudelijke beoordeling op veiligheid, techniek en juridische houdbaarheid.

Bestaande kooiladders hoeven niet automatisch te worden vervangen. Maar zodra minimale veiligheidsvoorschriften niet worden gehaald, verschuift de discussie van norminterpretatie naar zorgplicht. Niet het bouwjaar is bepalend, niet alleen de norm is bepalend maar de veiligheid van het arbeidsmiddel is bepalend.